Diane von Furstenberg veranderde het spel in 1974. Ze ontwierp niet alleen een jurk. Ze creëerde een silhouet waarin vrouwen daadwerkelijk konden leven. De in België geboren ontwerpster begreep iets wat de meeste van haar leeftijdsgenoten misten. Vrouwen wilden er goed uitzien en zich tegelijkertijd vrij voelen.
Haar antwoord was de wikkeljurk. Het kwam met lange mouwen. De stof was zijden jersey. Het omhelsde de bovenkant en wikkelde zich rond de rok. Je hebt het in de taille vastgebonden. Die simpele knoop deed het zware werk. Het paste zich aan elk lichaamstype aan. Het flatteerde zonder de beweging te beperken.
De markt reageerde onmiddellijk. In 1976 waren er miljoenen verkocht. Dat was geen nichetrend. Het was een culturele verschuiving. Vrouwen droegen deze jurken naar hun werk. Ze droegen ze tijdens dates. Ze droegen ze om te veranderen.
Modecycli zijn wispelturig. De wikkeljurk raakte in de loop van de decennia in en uit de gratie. Het was niet altijd het ‘it’-item. Maar tegen de 21e eeuw kwam de consensus tot stand. Het was niet langer een trend. Het werd een nietje. Tegenwoordig zit hij stevig in professionele kledingkasten. Het is betrouwbaar. Het is klassiek. Het werkt.
“Het paste zich aan elk lichaamstype aan. Het flatteerde zonder de bewegingsvrijheid te beperken.”
Waarom maakt het nog steeds uit? Omdat het een echt probleem oplost. Het biedt structuur zonder stijfheid. Het biedt dekking zonder er conservatief uit te zien. Het is praktisch genoeg voor een vergadering op dinsdag, maar gepolijst genoeg voor een vrijdagavondje uit.
Het oorspronkelijke ontwerp blijft relevant. Niet omdat het hip is. Maar omdat het eerlijk is over wat vrouwen nodig hebben. Een kledingstuk dat hard werkt. Dat past goed. Dat duurt.